Verlenging beslistermijn in asielzaken
Met de publicatie van WBV 2025/4 in de Staatscourant is bepaald dat de beslistermijn van alle asielverzoeken die zijn ingediend van 1 januari 2025 tot 1 januari 2026 met negen maanden worden verlengd.
In IND Informatiebericht IB 2025/3 staat instructie voor IND-medewerkers hoe te handelen:
“Voor asielzaken geldt een wettelijke beslistermijn van zes maanden. Deze termijn komt voort uit de Procedurerichtlijn (2013/32/EU) en is ook in artikel 42, eerste lid, Vw vastgelegd. Deze termijn is met terugwerkende kracht verlengd voor zaken die zijn ingediend vanaf 1 januari 2025 tot 1 januari 2026. De verlenging van de wettelijke beslistermijn met negen maanden geldt voor:
- eerste asielaanvragen
- opvolgende asielaanvragen
- zij-instroom zaken (inclusief Dublin zaken die worden opgenomen in de nationale procedure).
Steeds geldt dat die verlenging slechts mogelijk is, als de oorspronkelijke beslistermijn op het moment van publicatie van het WBV nog niet is verstreken en de maximale termijn van 21 maanden niet is overschreden.
Algemene aandachtspunten:
- Als de beslistermijn is verstreken op het moment dat het WBV in werking is getreden, kan de beslistermijn in deze zaak niet verlengd worden. Dat geldt ook voor zaken waarbij de beslistermijn al een keer verlengd is geweest met negen maanden op grond van artikel 42, vierde lid, Vw.
- De maximale wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen van 21 maanden mag niet worden overschreden. Mocht er in een zaak eerder een besluitmoratorium hebben gespeeld waardoor de termijn op die grond is verlengd dan geldt de verlenging dus tot een maximum van 21 maanden.
- Bij zaken die eerst de Dublinprocedure hebben doorlopen, gaat de termijn pas lopen vanaf de datum dat bekend is geworden dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Dit wordt na afloop van de Dublinprocedure aangepast in INDiGO.
- Bij een intrekking van het besluit door de IND geldt de beslistermijn ook als verlengd als de vreemdeling zich op het moment van inwerkingtreding van het WBV in de beroepsfase bevond en de oorspronkelijke beslistermijn nog niet is verlopen.
- Bij een gegrondverklaring van het beroep begint de beslistermijn van zes maanden vanaf datum uitspraak beroep opnieuw te lopen. Als de datum van de uitspraak valt in de periode waarvoor de verlenging geldt (zoals nu voor de aanvragen van 1 januari 2025 tot 1 januari 2026), kan de beslistermijn alleen met negen maanden worden verlengd als dit nog mogelijk is binnen de maximale termijn van 21 maanden. • Als de rechter een beslistermijn heeft opgelegd, geldt die termijn en hier kan alleen bij hoge uitzonder van af worden geweken.
- Bij ingebrekestellingen en beroepen niet tijdig beslissen (bntb’s) moet rekening worden gehouden met het gegeven dat deze ingediend kunnen zijn tussen de juridische ingangsdatum van het WBV en de wijziging in INDiGO. Wees er bij beoordeling van een dergelijke zaak scherp of deze zaak daadwerkelijk buiten de wettelijke beslistermijn valt.
- De verlenging van de wettelijke beslistermijn op grond van het WBV wordt in individuele zaken niet middels een brief gecommuniceerd. De publicatie in de Staatscourant geldt als algemene kennisgeving dat de beslistermijn is verlengd.
Op of rond 1 juli 2025 wordt opnieuw beoordeeld op de verlenging van de beslistermijn nog noodzakelijk is.”
Wetsvoorstel Eerste Kamer
Bij de Eerste Kamer is het wetsvoorstel in behandeling dat een wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 bevat en de termijnen verlengt waarbinnen de IND een beslissing moet nemen in een asiel- of nareiszaak.
In een openbare beslisnota d.d. 17-02-2025 staat het volgende over de verlenging van de beslistermijn in asielzaken:
“De termijn waarbinnen de IND moet beslissen op een aanvraag van een asielzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verlengd van maximaal 18 maanden naar maximaal 21 maanden. Deze termijn komt uit de EU-Procedurerichtlijn. De standaardbeslistermijn is 6 maanden, onder voorwaarden mag deze termijn nu worden verlengd met 9 maanden en bij uitzondering in gerechtvaardigde en noodzakelijke gevallen nog eens met 3 maanden. Dat komt uit op een maximale beslistermijn van in totaal 18 maanden (6+9+3). Laatstgenoemde verlengingsmogelijkheid van 3 maanden blijkt echter ook te kunnen worden toegepast direct na de eerste standaardbeslistermijn van 6 maanden. Dat zit nog niet in de Vreemdelingenwet 2000 en gebeurt alsnog met dit wetsvoorstel. De maximale beslistermijn komt daarmee uit op 21 maanden (6+3+9+3).
Belangrijk is dat de Procedurerichtlijn op 12 juni 2026 wordt vervangen door de Procedureverordening uit het Asiel- en Migratiepact. Vanaf dan vervallen de regels over de beslistermijn in asielzaken uit de Vreemdelingenwet 2000 en gelden de rechtstreeks werkende regels uit de Procedureverordening. Die termijnen zijn een stuk korter. Voor de behandeling van asielaanvragen die voor 12 juni 2026 worden ingediend, heeft de IND de verruiming van de behandeltermijn in asielzaken echter wel nodig om de druk op het beslisproces te verlichten. Dit onderdeel van het wetsvoorstel zit ook in het wetsvoorstel definitieve afschaffing bestuurlijke dwangsom IND dat ook in behandeling is bij de Eerste Kamer. Daarvoor is gekozen voor het geval dat dat wetsvoorstel eerder wordt aangenomen door de Eerste Kamer zodat de verlenging van de beslistermijn in asielzaken zo snel mogelijk kan ingaan.”