Jurisprudentie
Bekijk op deze pagina de actuele jurisprudentie die relevant is voor de asielpraktijk.
26-02-2025, ABRvS, hoger beroep minister gegrond [JCS; gespecialiseerde bewaringsaccommodatie in de zin van de Europese Opvangrichtlijn]
Reden signalering
Het Justitieel Complex Schiphol (JCS) is aan te merken als een zogenoemde gespecialiseerde bewaringsaccommodatie in de zin van de Europese Opvangrichtlijn. Dat in het JCS ook strafrechtelijk gedetineerden zitten en dat de verschillende detenties gelijkenissen vertonen, betekent niet dat het JCS ongeschikt is om asielzoekers vast te houden. De grensdetentie van asielzoekers in het JCS is dan ook niet onrechtmatig. De Afdeling is anders dan de rechtbank Amsterdam op 31 januari oordeelde van oordeel dat deze beperkingen niet verder gaan dan nodig voor het doel van de grensdetentie of het waarborgen van de veiligheid van asielzoekers en personeel van het JCS.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RVS:2025:789.
18-02-2025, Rb Roermond, verwijzingsuitspraak [geloofwaardigheidsbeoordeling]
Reden signalering
De werkwijze volgens welke verweerder sinds 1 juli 2024 de geloofwaardigheid van een asielrelaas beoordeelt houdt in dat eerst de asielmotieven worden vastgesteld en vervolgens wordt beoordeeld of deze motieven met authentieke documenten of objectieve bronnen onderbouwd zijn. De rechtbank betwijfelt of deze werkwijze in overeenstemming is met Europese richtlijnen, met name of het voldoende rekening houdt met andere elementen die de geloofwaardigheid van een asielverhaal kunnen ondersteunen. Ook vraagt de rechtbank zich af of de rechter bij de beoordeling van een asielverzoek, net als bij het terugkeerbesluit, ambtshalve moet controleren of het refoulementbeginsel wordt nageleefd.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2025:2170.
03-02-2025, Rb Groningen MK, Zuid-Soedan [gedwongen rekrutering; bloedwraak]
Reden signalering
De minister heeft zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eisers vrees voor vervolging of ernstige schade niet aannemelijk is. Dit geldt zowel met betrekking tot de vrees voor nieuwe rekrutering, voor bloedwraak en wegens de algemene situatie en stammenconflicten in Zuid-Soedan. De minister heeft daarom ten onrechte gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft, of een reëel risico loopt op ernstige schade, als bedoeld onder artikel 15 van de KRi en artikel 3 van het EVRM. De minister dient eerst een adequate beoordeling te maken van de complexe en diffuse situatie in Zuid-Soedan.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2025:1201.
30-01-2025, Rb Haarlem, Senegal, beroep gegrond [veilig land van herkomst; uitzondering; LHBTI]
Reden signalering
De rechtbank is van oordeel dat verweerder Senegal ten onrechte als veilig land van herkomst heeft aangemerkt. Het Hof van Justitie EU wijst er van zijn arrest op dat uit de tekst en bijlage van de Procedurerichtlijn volgt dat de aanwijzing tot veilig land van herkomst alleen mogelijk is als kan worden aangetoond dat er in het algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van daden van vervolging. Dat kan volgens de rechtbank dus niet worden aangetoond als er wel daden van vervolging plaatsvinden ten aanzien van bepaalde delen van de bevolking. De rechtbank volgt verder de overwegingen in de uitspraak van 8 januari 2025 waaruit volgt dat het uitzonderen van groepen zich niet verdraagt met de aanwijzing van een land als veilig in de zin van de Procedurerichtlijn.4 Verweerder heeft Senegal aangewezen als veilig land van herkomst met uitzondering van onder andere lhbti’ers en heeft daarmee dus een deel van de bevolking uitgezonderd van die aanwijzing.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2025:142.
07-02-2025, Rb Roermond, beroep gegrond [Dublin-Polen; mensenhandel]
Reden signalering
Naar het oordeel van de rechter miskent verweerder in de motivering van artikel 17, eerste lid, Dv de strekking van de argumenten van eiseres en beoordeelt de aangedragen feiten en omstandigheden niet in onderlinge samenhang - Gelet op alle, ook door eiseres overgelegde, informatie over de ernst van het strafbare karakter van mensenhandel, de kennis over de gevolgen voor slachtoffers en hun behoefte aan (medische andere) zorg en begeleiding, de kennis over wat autoriteiten zouden moeten doen om mensenhandel tegen te gaan, slachtoffers van mensenhandel te herkennen en te erkennen en de omvang van de juridische en andere verplichtingen jegens slachtoffers, acht de rechtbank het onredelijk dat verweerder, die zijn zorgplicht jegens eiseres heeft geschonden, eiseres thans wil overdragen aan Polen met de mededeling dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2025:1693.
26-02-2025, Rb Middelburg, Iran, beroep gegrond [tweelingzussen; aanvaardbare toekomst in land van herkomst; artikel 8 EVRM]
Reden signalering
Verweerder heeft de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM opnieuw niet deugdelijk verricht. Eiseressen kunnen worden gevolgd in hun stelling dat er in de belangenafweging te weinig gewicht is toegekend aan de belangen van het kind. Verweerder heeft zich namelijk beperkt tot de overweging dat het niet onmogelijk is voor de minderjarige Nederlandse dochter van referente om te verhuizen naar Turkije. De belangen van het kind brengen echter mee dat verweerder had moeten overwegen of en in hoeverre dit in het eerste belang van dit minderjarige kind zou zijn. Dit heeft verweerder nagalaten.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2025:3049.
27-02-2025, Rb Groningen, Irak, beroep gegrond [Jezidi; minderjarige; tentenkamp]
Reden signalering
Ook in deze zaak heeft de minister niet voldoende gemotiveerd inzichtelijk gemaakt in hoeverre de situatie in de kampen in de KAR is gewijzigd. De verwijzing naar het ambtsbericht van 2023 waaruit volgt dat de jezidi als religie is erkend, is niet nieuw en is ook terug te vinden in eerder verschenen ambtsberichten. Ter zitting is op dit punt door de minister enkel gesteld dat het een politieke keuze is geweest om deze tentenkampen aan te merken als normale woon- en verblijfplaatsen, maar daarmee is onvoldoende gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt wat nu feitelijk concreet is veranderd en verbeterd in de kampen om op grond daarvan te kunnen concluderen dat sprake is van een normale woon-en verblijfplaats.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2025:3021
05-03-2025, Rb Groningen, beroep ongegrond [leeftijdsbepaling]
Reden signalering
De rechtbank is van oordeel dat de minister de beoordeling van de leeftijd van eiser op de juiste manier heeft verricht. Mede gezien de niet met elkaar overeenkomende conclusies uit de schouwen van de AVIM en de IND heeft de minister terecht getwijfeld aan de door eiser opgegeven leeftijd en geboortedatum. De minister heeft vervolgens nader onderzoek verricht. Naar het oordeel van de rechtbank is de minister erin geslaagd om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen en heeft hij dit deugdelijk gemotiveerd. Hierbij neemt de rechtbank in overweging dat eiser niet alleen in Italië als meerderjarige geregistreerd staat. Uit de registraties van eiser blijkt dat er meerdere verschillende geboortedata zijn opgegeven, waarbij ofwel het geboortejaar of de geboortemaand afwijkend is. Uit onderzoek van de minister bij de Franse autoriteiten, blijkt dat eiser ook bij de registratie in Frankrijk heeft opgegeven meerderjarig te zijn. Bovendien heeft eiser verklaard dat hij op aanraden van vrienden heeft gelogen over zijn leeftijd om zo in Frankrijk meer rechten te kunnen ontlenen, hetgeen hij ter zitting niet heeft ontkend.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2025:3289.
23-01-2025, Rb Den Haag, Kenia, beroep gegrond [geloofwaardigheid; oprechte inspanning; frauduleus verkregen paspoort; motivering]
Reden signalering
De rechtbank is van oordeel dat eiser een oprechte inspanning heeft geleverd om in contact te komen met de Keniaanse autoriteiten, ook gelet op het feit dat eiser in detentie zit. De rechtbank overweegt dat verweerder bij zijn besluitvorming rekening had kunnen en moeten houden met de contactpogingen van eiser, bijvoorbeeld door een reactie van de Keniaanse autoriteiten af te wachten. Nu eiser een oprechte inspanning heeft geleverd, was het aan verweerder om contact op te nemen met de Keniaanse autoriteiten. Doordat verweerder dit niet heeft gedaan, is de besluitvorming onzorgvuldig geweest en heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig is.
Bekijk de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2025:1972.