De toevoegingsaanvraag
Indien u als rechtsbijstandverlener bent ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand, kunt u cliënten bijstaan die in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand. In de praktijk heet dit de toevoeging. Een toevoeging vraagt u aan met het daarvoor bestemde aanvraagformulier (zie formulieren). Een dergelijke aanvraag wordt door de Raad zowel financieel als inhoudelijk getoetst.
De financiële toets is om te bekijken of de rechtzoekende in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Daarvoor wordt door de Raad gebruik gemaakt van de inkomensgegevens van de Belastingdienst. Met behulp van het bij de aanvraag opgegeven sofinummer vraagt de Raad deze gegevens op (zie inkomen en vermogen).
Met de inhoudelijke toets bekijkt de Raad of het geschil zelf in aanmerking
komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand. De wetgever heeft in de Wet op de
rechtsbijstand en aanverwante besluiten zoals het Besluit rechtsbijstand- en
toevoegcriteria (zie
wet-
en regelgeving in de Kenniswijzer), bepaald dat niet alle geschillen voor
een toevoeging in aanmerking komen. Sommige kwesties zijn van dusdanige aard dat
een rechtzoekende dit zelf zou kunnen oplossen. Daarvoor is in ieder geval niet
de juridische bijstand van een advocaat noodzakelijk. Ook zou het kunnen zijn
dat de werkzaamheden die u wilt gaan verrichten, al onder het bereik van een
andere toevoeging vallen. Het belang van de zaak kan er eveneens toe leiden dat
de Raad geen toevoeging zal verlenen. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan
bedrijfsmatige belangen of lage financiële belangen.