In Feiten 1- maart 2006
1. Gewijzigde samenstelling Raad Arnhem
Per 1 januari 2006 is de samenstelling van de Raad voor Rechtsbijstand Arnhem
gewijzigd. Vanwege het bereiken van de maximale zittingstermijn is aan de
volgende leden eervol ontslag verleend: dhr. drs. W.P.A.M. Hoefnagels
(penningmeester), dhr. mr. H.A. Schenke (plv. voorzitter en plv. secretaris) en
mevr. mr. M. Pel (lid). Aan dhr. prof. mr. Y. Buruma is vanwege drukke
werkzaamheden, op eigen verzoek eervol ontslag verleend. De Raad Arnhem bestaat
nu uit de volgende leden:
Herbenoemd:
- dhr. J.A. Gerritsen, burgemeester van Zutphen (voorzitter)
- dhr. mr. H.R. Quint, advocaat Nysingh advocaten te Zwolle (secretaris)
- dhr. drs. R.B. Wagenaar, consultant ASI Consulting Netherlands te Driebergen (lid)
Benoemd:
- dhr. prof. mr. C.A. Groenendijk, hoogleraar migratierecht Radboud Universiteit Nijmegen (lid)
- mevr. mr. I.D. Jacobs, rechter te Arnhem (lid)
- dhr. mr. J.H. Brouwer, advocaat B en C advocaten te Apeldoorn (plv. voorzitter en plv. secretaris)
- dhr. mr. G.J.A.M. van der Vossen, RC, partner Holland Consulting Group te Amsterdam (penningmeester)
2. Rapport gesubsidieerde rechtsbijstand bij vervolgaanvragen
asiel
Op verzoek van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is onderzoek
gedaan naar gesubsidieerde rechtsbijstand aan asielzoekers die een
vervolgaanvraag asiel hebben ingediend. Aanleiding voor het onderzoek vormde de
constatering dat bijna de helft van het aantal asielverzoeken in de eerste helft
van 2005 werd gevormd door vervolgaanvragen asiel. Veel van deze aanvragen zijn
door de rechtbank aangemerkt als kansloos. Door de minister is aangegeven dat
voorkomen moet worden dat de mogelijkheid van gesubsidieerde rechtsbijstand
leidt tot op voorhand ‘kansloze’ vervolgaanvragen of -procedures.
Gesubsidieerde rechtsbijstand bij een vervolgaanvraag asiel is op 1 mei 2004 beperkt als gevolg van de motie van het toenmalige kamerlid Kamp. Het verzoek van de minister vormde een goede aanleiding om, ruim een jaar na de invoering van deze beperking, onderzoek te doen naar de feitelijke uitvoeringspraktijk van artikel 3 sub f van het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria (Brt).
Kernvraag bij de beoordeling toevoeging vervolgaanvraag asiel is of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die niet eerder naar voren hadden kunnen worden gebracht. Indien het op basis van een marginale toets buiten redelijke twijfel is dat daarvan geen sprake is, dient de toevoegingsaanvraag in beginsel als zijnde van elke grond ontbloot te worden afgewezen.
Op basis van dossieronderzoek bij de raden bleek dat in alle onderzochte vervolgaanvragen asiel waarvoor een toevoeging is aangevraagd een toevoeging is verleend. Uit een nadere analyse komt het beeld naar voren dat de mogelijkheid van de raden om het wettelijke en beleidsmatige kader voor de rechtsbijstandverlening bij een vervolgaanvraag asiel toe te passen sterk wordt beïnvloed door de beperkingen die een marginale toets nu eenmaal met zich meebrengt. Het wordt als complex ervaren om voorafgaand aan de rechterlijke toets de afgifte van een toevoeging te weigeren. Eén en ander wordt mede gevoed door het gegeven dat uit een analyse van de cijfers in de onderzochte periode blijkt, dat de kans van slagen in een beroepsprocedure met 14 % gegrondverklaringen aanzienlijk is te noemen.
Ook het werkproces van de raden blijkt invloed te hebben op de uitvoeringspraktijk. Uit het onderzoek komt naar voren dat bij vervolgaanvragen asiel in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van de uitzonderingsbepaling van artikel 8 lid 2 Brt. Op basis van deze bepaling zijn, vooral sinds januari 2005, toevoegingen verleend aan de rechtsbijstandverlener die de indiening van de vervolgaanvraag asiel in het AC heeft begeleid. De toevoegingen hebben betrekking op het opstellen van de zienswijze, wat normaal gesproken gebeurt in de spreekuurvoorziening door de dienstdoende rechtsbijstandverlener. Deze praktijk is ontstaan op basis van een samenstel van logistieke en kwalitatieve overwegingen.
De werkgroep komt tot de volgende aanbevelingen:
1. Het toetsingskader voor de toevoegingsaanvragen voor vervolgaanvragen asiel wordt opnieuw geoperationaliseerd.
2. De beoordeling van toevoegingsaanvragen voor vervolgaanvragen asiel vindt plaats door medewerkers van de Raad die op het asielrecht zijn geschoold, dan wel de Raad stelt een backoffice in die medewerkers kan instrueren.
3. Het aanvraagformulier van de toevoeging wordt gewijzigd, zodat de rechtsbijstandverlener onder meer verplicht is om aan te gegeven dat er sprake is van een vervolgaanvraag asiel.
4. De medewerker van de Raad vraagt schriftelijk door indien de toevoegingsaanvraag onduidelijk is of onvoldoende is gemotiveerd.
5. De informatiesystemen van de raden worden aan elkaar gekoppeld. De werkgroep ondersteunt de voorbereiding van deze koppeling die momenteel plaatsvindt. Ook wordt een aparte zaakscode voor de toevoegingsaanvragen bij vervolgaanvragen asiel ingevoerd.
6. De persoonsgegevens van asielzoekers worden op een op een eenmalige en unieke wijze geregistreerd. De werkgroep ondersteunt daarom het initiatief van de raden om het ‘Basisnummer Vreemdelingen’ zo spoedig als mogelijk
(gelijktijdig met de invoering VIValt) in te voeren.
7. De raden onderzoeken of het noodzakelijk is om de gegroeide praktijk van toevoegingen voor de zienswijze in het AC voort te zetten. Hierbij wordt nadrukkelijk nagegaan welke ruimte ‘het blokkenmodel’ in het AC biedt om meer gebruik te maken van de spreekuurvoorziening. Ook wordt nadrukkelijk meegenomen of de vergoeding voor de toevoegingen die worden verstrekt op basis van artikel 8 lid 2 BRT aanpassing behoeft. Uitgangspunt is een effectieve en efficiënte rechtsbijstandverlening binnen het wettelijke en beleidsmatige kader.
De ministers van Justitie en Vreemdelingen en Integratie hebben de raden inmiddels verzocht de aanbevelingen uit te voeren. Voor aanbevelingen 3, 4, 5, m.u.v. koppeling systemen, en 6 geldt dat deze op korte termijn worden geïmplementeerd. Uitvoering van aanbeveling 1 vergt een herziene uitwerking in het Handboek Toevoegen van de marginale toetsing van toevoegingen inzake vervolgaanvragen asiel.
Aanbeveling 2 behelst twee elementen. Het eerste element strekt tot een concentratie van de beoordeling bij een beperkt aantal gespecialiseerde medewerkers. Deze aanbeveling zal worden uitgevoerd. Terzake het tweede element, inrichting back office, is een nadere uitwerking aan de orde. Vooralsnog gaan de gedachten uit naar periodiek dossieronderzoek naar de toevoegpraktijk in asielzaken, dus ruimer dan alleen vervolgaanvragen asiel. Een verdere uitwerking van deze gedachten zal plaats vinden na voorafgaande consultatie van de landelijke adviescommissie rechtsbijstand asiel. Ook de aanbevelingen 1 en 7 worden voorafgaand voor advies voorgelegd aan de landelijke adviescommissie rechtsbijstand asiel.
3. VIValt 1 april 2006
Met ingang van 1 april 2006 wijzigt het draagkrachtbegrip in de Wet op de
rechtsbijstand. In eerdere nieuwsbrieven heeft de Raad uitgebreid bericht over
VIValt, de draagkrachttoets op basis van fiscale jaargegevens. Op de site van de
raden www.rvr.org vindt u onder VIValt algemene informatie en de hoofdlijnen van
de gewijzigde Wet op de rechtsbijstand.
Alle rechtsbijstandverleners die staan ingeschreven bij de Raad worden geïnformeerd over VIValt door middel van een brochure. Met de brochure wil de Raad rechtsbijstandverleners die deelnemen aan het stelsel een goed beeld geven van de wijzigingen en de praktische gevolgen daarvan.
4. Mediation - beleidsaspecten
Tijdig aanvragen
De mediator is namens de rechtzoekende verantwoordelijk voor het tijdig indienen van een complete aanvraag. Is er al een advocaat toegevoegd, doorgaans in geval van verwijzing door de rechter, dan is meesturen van een kopie van die toevoeging voldoende. In alle andere gevallen dient de mediator zelf voor de benodigde financiële stukken te zorgen. Bij verzuim bestaat het risico dat de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld (artikel 4:5 Awb). Ook kan de aanvraag worden afgewezen indien de aanvraag wordt ingediend nadat mediation feitelijk heeft plaatsgevonden (artikel 28 lid 1 aanhef en onder a Wrb).
Op grond van het privacyreglement geeft de Raad geen informatie over al dan niet verleende toevoegingen. Deze informatie kan verkregen worden bij de rechtzoekende.
Bereik (mediation) toevoeging
Op grond van artikel 11 Beleidsregel subsidiering conflictbemiddelaars wordt de vergoeding aan de mediator met 2 ½ punten verhoogd indien, als resultaat van de conflictbemiddeling, een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen die met het oog op de afronding van de zaak op grond van de wet in een uitspraak van de rechter moet worden opgenomen. De advocaat kan hiervoor geen afzonderlijke toevoeging ontvangen.
Als een rechtzoekende zich rechtstreeks tot een mediator heeft gewend en er is recht op een mediationtoevoeging, dan kan een advocaat slechts een reguliere toevoeging aanvragen indien de mediation is mislukt. Rechtsbijstand is niet noodzakelijk, het betreft een belang waarvan de behartiging redelijkerwijs aan de verzoeker zelf overgelaten kan worden, zonodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie, onderscheidenlijk waarvan de werkzaamheden niet binnen de werkingssfeer van de wet vallen (art. 12 lid 2 sub g Wrb). Een toevoeging kan worden verleend als de mediator gemotiveerd aangeeft dat partijen bijstand van een advocaat behoeven.
Inschrijving bij de Raad
Alleen indien er sprake is van een (voorlopige) inschrijving bij de Raad kan een mediator toevoegingen aanvragen en verwijzingen accepteren vanuit het gerecht of Juridisch Loket. Enkel het verzoek tot inschrijving geeft geen recht op een toevoeging of verwijzingen.
Beleidsregels en formulieren
De mediators ontvangen bij inschrijving door de Raad beleidsinformatie. Ook het downloaden van diverse formulieren kan via de genoemde site onder Formulieren en WTAP-online.
Twee petten
Er zijn advocaten die ook bij de Raad staan ingeschreven als mediator. Regelmatig krijgt de Raad de vraag of het in een bepaalde situatie gunstiger is een mediation- dan wel een gewone toevoeging aan te vragen. De Raad geeft daarover geen advies. De Raad beoordeelt de ontvangen aanvraag volgens de regels die daarop van toepassing zijn, er van uitgaand dat duidelijk met de rechtzoekende is besproken welke aanvraag gewenst is. Achteraf zal de Raad niet een mediation-toevoeging muteren in een gewone toevoeging of omgekeerd.
10 uur mediation en dan…
Als bij een verleende toevoeging voor mediation meer dan 10 uur aan de zaak wordt besteed, dan is het niet toegestaan om de extra uren bij de rechtzoekende in rekening te brengen. Voor een mediationtoevoeging geldt een forfaitaire tijdsbesteding van 10 uur; extra uren kunnen niet op betalende basis in rekening worden gebracht.
5. Inschrijvingsvoorwaarden 2006
Begin januari hebben alle ingeschreven advocaten de inschrijvingsvoorwaarden
2006 van de Raad ontvangen. De voorwaarden zijn tevens in te zien op de website
van de raden www.rvr.org onder De Raden, Raad Arnhem en Ressortelijke
regelgeving.
Nieuw is onder meer dat de advocaat dient te verklaren dat in toevoegzaken en bij piketdiensten rechtsbijstand persoonlijk wordt verleend. Verder zullen in 2006 de gestelde voorwaarden bij specialisaties getoetst gaan worden. En bij het bereiken van het maximum aantal eenheden zal ook het Juridisch Loket worden geïnformeerd dat er geen verwijzingen meer kunnen worden gedaan.
6. Medisch haalbaarheidsonderzoek
In het kader van de discussie rond no cure no pay heeft de Minister van
Justitie besloten om een financiële voorziening te treffen voor rechtzoekenden
die in een letselschadezaak een medisch oordeel willen inwinnen. De minister
heeft de Raden verzocht om, voor rechtzoekenden die onder de Wrb vallen, een
subsidieregeling uit te voeren voor medische haalbaarheidsonderzoeken in
letselschadezaken. Een letselschadezaak is een juridische zaak ter vaststelling
van aansprakelijkheid of schadevergoeding verband houdende met een
verkeersongeval, arbeidsongeval, medische fout of geweldsdelict. De
subsidieregeling heeft terugwerkende kracht tot en met 10 mei 2005.
Wanneer een toevoeging is verstrekt terzake van een procedure met betrekking tot de letselschadezaak, toevoegcode O 010, kan de rechtzoekende aan de Raad een subsidie aanvragen voor een medisch haalbaarheidsonderzoek. Daarvoor dient gebruik te worden gemaakt van een aanvraagformulier. De subsidieaanvraag moet voor een deel worden ingevuld door de rechtsbijstandverlener en de medicus die het haalbaarheidsonderzoek uitvoert.
Er is een lijst van artsen opgesteld die bereid en gekwalificeerd zijn medische haalbaarheidsonderzoeken uit te voeren. Deze lijst wordt periodiek geactualiseerd.
De subsidie voor het haalbaarheidsonderzoek bedraagt maximaal € 200,00 ( exclusief btw) en wordt in voorschot verstrekt en in principe niet teru ggevorderd. Wel zal achteraf bewijs moeten worden overgelegd dat het haalbaarheidsonderzoek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
De beleidsregel en genoemde lijst met artsen zijn te raadplegen via de site van de raad www.rvr.org onder Publieksinfo. Hier kunt u ook het aanvraagformulier voor de subsidie en de daarbij behorende toelichting downloaden.
Meer informatie over het aanvragen van de subsidie kunt u inwinnen bij de Raad.
7. Metatoets kwaliteitsstelsel rechtsbijstand van start
Op 3 januari 2006 is de aanpak vastgesteld voor de metatoets op het
kwaliteitsstelsel in de gesubsidieerde rechtsbijstand. De metatoets geeft een
objectief en onafhankelijk oordeel over het systeem voor de kwaliteitsborging op
basis van de audits, dat in 2002 door de Nederlandse Orde van Advocaten is
ingevoerd. Facetten als onpartijdigheid, deskundigheid, transparantie en
beroepsmogelijkheid staan hierbij centraal.
De opdracht voor de metatoets is gegeven door de Raden voor Rechtsbijstand en vloeit voort uit het in 2002 gesloten ‘convenant kwaliteitsborging gesubsidieerde rechtsbijstand’. Een onafhankelijke commissie draagt zorg voor het uitvoeren van de metatoets. De commissie is samengesteld uit experts op het gebied van kwaliteitsmanagement en advocaten die actief zijn als auditor. De commissie zal haar eerste bevindingen medio 2006 presenteren.
Meer informatie hierover kunt vinden op de site van de Raad voor Rechtsbijstand www.rvr.org.
8. Auditsubsidie beëindigd per 1 januari 2006
In 2006 blijft een positieve auditverklaring als inschrijvingsvoorwaarde
gelden. Conform het bij invoering van het auditstelsel afgestemde uitgangspunt
van tijdelijke facilitering door de raden, is de Raad per 1 januari 2006 gestopt
met de subsidiering van de auditkosten.
In het algemeen dient de audit eens in de drie jaar te worden uitgevoerd. Tegenover de auditkosten staat de verhoging van de toevoegingsvergoedingen van de afgelopen jaren. Tevens heeft de audit toegevoegde waarde omdat deze stimuleert de gang van zaken binnen het kantoor weer eens kritisch te bekijken.
9. Stelselwijziging
De stelselwijziging begint inmiddels zijn uiteindelijke vorm te krijgen. De
oud-medewerkers van de Bureaus Rechtshulp zijn ofwel bij het Juridisch Loket aan
de slag gegaan ofwel bij de nieuwe advocatenkantoren van Rechtshulp Oost
Advocaten, die zijn voortgekomen uit de Bureaus Rechtshulp.
In Nijmegen, Arnhem, Zutphen, Enschede en Zwolle zijn de Juridische Loketten inmiddels officieel geopend. In Lelystad vindt op 22 maart de officiële opening plaats van de nieuwe vestiging (adres: Reaalhof 1a 8232 VW Lelystad). In de plaatsen Almere en Almelo wordt nog gebruik gemaakt van een noodlocatie. De advocatenkantoren van Rechtshulp Oost Advocaten zijn op 1 november jl. in Arnhem, Zutphen, Enschede, Zwolle en Almere van start gegaan.
De loketten verzorgen zoals bekend de eerste opvang en advisering van rechtzoekenden en zullen zonodig voor verdergaande rechtsbijstand verwijzen naar advocaten met wie de Raad een verwijsarrangement heeft afgesloten. De bereikbaarheid van de eerstelijnsvoorziening is met de opening van de loketten toegenomen nu deze dagelijks zijn geopend, inclusief één avond in de week. Telefonisch is het Juridisch Loket elke werkdag tot 20.00 uur bereikbaar.
Hoewel er nog startproblemen zijn, de bekendheid van het loket moet nog toenemen en over de verwijsarrangementen zijn nog veel vragen (zie elders in deze nieuwsbrief), wijzen de eerste onderzoeken op een positieve waardering van de rechtzoekenden over de dienstverlening van het Juridisch Loket. In volgende nieuwsbrieven houden wij u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen, zoals aantallen verwijzingen, welke rechtsgebieden en hoe deze verdeeld zijn.
Wij maken u er alvast op attent dat in het eerste kwartaal van 2006 alle advocaten die deelnemen aan het verwijsarrangement door het Juridisch Loket worden uitgenodigd voor een nadere kennismaking.
10. Verwijsarrangementen en Lichte Adviestoevoegingen (LAT)
In alle arrondissementen zijn de Juridische Loketten van start gegaan en wordt
uitvoering gegeven aan de verwijsarrangementen. Het kan bijna niet anders dat
dit de nodige vragen heeft opgeroepen. Rond het verwijssysteem van de loketten
zijn enige startproblemen gesignaleerd. Inmiddels worden de geregistreerde
arrangementen in het verwijssysteem van het Juridisch Loket nagelopen op
volledigheid en juistheid.
Sommige advocaten vinden dat het aantal verwijzingen tegenvalt. In dat verband moet genoemd worden dat het Juridisch Loket veel vragen zelf afhandelt, en dat verwijzingen naar evenredigheid worden verdeeld over een groot aantal advocaten dat zich heeft aangemeld.
Hieronder treft u een overzicht aan van de meest gestelde vragen:
Kan ik nog wijzigingen aangaande het deelnameformulier doorgeven en zo ja, aan wie?
De volgende wijzigingen kunt u doorgeven aan de Raad voor Rechtsbijstand:
- wijziging voorkeursgebieden (het maximum aantal voorkeursgebieden is vijf)
- wijziging adres, telefoon, e-mail, fax
- kantoorwijziging
En aan het Juridisch Loket:
- wijziging beschikbare dagdelen, ziekte en vakantie
Wie komt in aanmerking voor een LAT?
Voorwaarden voor het afgeven van een LAT zijn dat de rechtzoekende valt binnen de inkomens- en vermogensgrenzen van de WRB en dat de rechtsbijstand wordt verleend door advocaten waarmee de Raad een verwijsarrangement heeft afgesloten. Een verklaring omtrent inkomen en vermogen is niet nodig. De rechtzoekende hoeft enkel de ‘eigen verklaring inzake draagkracht’ te ondertekenen. Cliënten die niet in aanmerking voor gefinancierde rechtsbijstand komen ook niet in aanmerking voor een LAT.
Hoe kan ik een LAT declareren?
U heeft hiervoor drie formulieren nodig:
- het aanvraag- en declaratieformulier verlengd spreekuur/lichte adviestoevoeging
- de eigen verklaring inzake draagkracht van de cliënt. De rechtzoekende dient de verklaring zelf te ondertekenen
- de schriftelijke verwijzing van het Juridisch Loket (indien van toepassing)
Hoe kom ik aan een declaratieformulier en een eigen verklaring?
Deze zijn toegestuurd aan de kantoren die een verwijsarrangement hebben afgesloten. Inmiddels kunt u recente versies van deze formulieren downloaden van de site van de raden www.rvr.org onder Formulieren. Wij verzoeken u in het vervolg de formulieren van de site te gebruiken.
Wanneer moet ik een reguliere toevoeging aanvragen?
Als de verlening van de rechtsbijstand langer duurt dan 3 uur, dan vraagt u direct een reguliere toevoeging aan met:
- een VIV en recente inkomensspecificaties
- een uitgebreide omschrijving van de reeds verrichte en nog te verrichten
werkzaamheden
De LAT declareert u in dat geval niet.
Welke regels gelden voor afgifte van een reguliere toevoeging na een eerdere LAT?
Bij het declareren van een LAT verklaart de advocaat dat de rechtsbijstand in de betreffende zaak is beëindigd en dat daar geen separate toevoeging meer voor wordt aangevraagd. Toch kan het voorkomen dat cliënt zich opnieuw met problemen in de zaak meldt. Indien de totale tijdsbesteding van alle werkzaamheden boven de drie uur uitkomt, kan alsnog een toevoeging worden aangevraagd. U stuurt dan op gebruikelijke wijze een aanvraag in met:
- een VIV en recente inkomensspecificaties
- een uitgebreide omschrijving van de reeds verrichte en nog te verrichten
werkzaamheden
Als er een reguliere toevoeging wordt verleend dan zal de LAT-toevoeging worden ingetrokken. De eigen bijdrage van € 13,50 wordt door de advocaat verrekend met de nieuw op te leggen eigen bijdrage.
Kan ik zonder verwijzing van het Juridisch Loket een LAT aanvragen?
Vooruitlopend op de toekomstige wetswijziging kunnen met ingang van 1 januari 2006 advocaten die deelnemen aan het verwijsarrangement ook rechtstreeks bij de Raad een LAT aanvragen, dus zonder verwijzing vanuit het Juridisch Loket. Deze aanvragen zullen wél op de gewone wijze volledig inhoudelijk getoetst worden. Een LAT is een toevoeging, en daarom komen zaken waarvoor nu niet toegevoegd wordt in principe ook niet in aanmerking voor een LAT. Ook wordt beoordeeld of het Juridisch Loket niet als voorliggende voorziening ingeschakeld zou kunnen worden.
Deelnemende advocaten hebben hierover recentelijk bericht ontvangen. Zoals eerder gemeld kunt u de benodigde formulieren downloaden van de site www.rvr.org onder Formulieren.
11. Vergoeding: schorsing inbewaringstelling
In het geval de Rechter Commissaris in een strafzaak de bewaring beveelt, maar
die ook onmiddellijk schorst, kan het zijn dat de Officier van Justitie
daartegen in beroep gaat bij de raadkamer van de rechtbank dan wel een verzoek
opheffing schorsing doet. Advocaten die de behandeling van dat verzoek bijwonen,
verrichten werkzaamheden op basis van de krachtens de last verleende toevoeging
en niet krachtens de verklaring optreden piket. Het Besluit vergoedingen
rechtsbijstand (Bvr) geeft in artikel 23 ook geen grondslag om deze
werkzaamheden als “piket” te vergoeden. De kilometers en de reistijd kunnen
worden gedeclareerd op de aanvraag vergoeding van de toevoeging voor de
strafzaak. Het Bvr kent geen grondslag om de “zitting” te vergoeden.
12. Nieuw pand Raad: workshops
Eind vorig jaar is de Raad Arnhem verhuisd naar een nieuwe locatie aan de
Koningstraat in Arnhem. Om dit niet ongemerkt voorbij te laten gaan, organiseert
de Raad workshops op donderdag 6 en vrijdag 7 april van 15.00 tot 17.30 uur,
waarbij u zich kunt laten informeren over de diverse werkzaamheden van de Raad.
Ook is er dan gelegenheid om kennis te maken met de medewerkers van de Raad en
het nieuwe pand te bekijken. Als u zich wilt opgeven voor de workshops dan kunt
u contact opnemen met mevr. Esther Hummelink (026 – 35 27 200). Alleen op
vrijdag 7 april is nog een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.
13. Bijeenkomsten nieuwe advocaten
De Raad houdt regelmatig voorlichtingsbijeenkomsten voor nieuwe advocaten. Aan
de orde komt dan onder meer het kader van de wet- en regelgeving en de
organisatie van de Raad voor Rechtsbijstand. De nadruk ligt op praktische
informatie, zoals over het invullen van een toevoegaanvraag, het verkrijgen van
een toevoeging en het indienen en afhandelen van een declaratie.
Dit jaar worden de voorlichtingsbijeenkomsten gehouden op 19 juni, 18 september en 20 november 2006. De bijeenkomsten starten om 15.00 uur en eindigen rond 17.00 uur.
Geïnteresseerden kunnen zich voor een bijeenkomst opgeven. Dit kan tot uiterlijk vier dagen voor de te houden bijeenkomst, dagelijks tijdens openingstijden bij mevr. Esther Hummelink (026 – 35 27 200).
Aan de bijeenkomsten kunnen ook secretaresses deelnemen die toevoegingen en declaraties verzorgen.